In één keer raak, dat is de bedoeling, toch? Iemand die jouw webtekst leest, hoeft niet meer na te denken en grijpt die telefoon. Hoe je dat voor elkaar krijgt? Met deze drie tips kom je in jouw webteksten vlotter tot de kern van de zaak.

1. Zet aan tot actie

Ga voor je begint eerst na: wat wil ik dat een lezer doet met deze tekst? Dat is je centrale boodschap. De rest moet bijdragen aan het overbrengen daarvan. Doet het dat niet, roffel dan flink op je backspace.

Benoem die gewenste handeling ook expliciet in je tekst. Dat lijkt eng, maar lezers zijn eraan gewend. Veel beginnende schrijvers zijn bang voor de gebiedende wijs: ze mogen toch lekker zelf weten wat ze ermee doen? Lees maar eens terug, deze alinea begon al met de gebiedende wijs, net als deze zin. Dat viel toch best mee?

Als je een lezer niet oproept tot actie, is je tekst niet meer dan loze informatie:

Wij leveren kussentjes van topkwaliteit.
(Oké, mooi. Bedankt voor de informatie. En nu?)

Bel ons direct om lekkerder op de bank te zitten.
(Daar zeg je wat, maar eens doen dan!)

Tip: schrijf volgens een begin-midden-slot-structuur. In het begin trek je aandacht, in het midden wijd je uit, in het slot zet je aan tot actie.

2. Hou het kort

Tl;dr, kent u die uitdrukking? Het staat voor Too long, didn’t read. Hou zinnen kort. Ga niet in ellenlange zijsporen uitweiden.

Dat geldt ook voor je alinea’s. Die kun je makkelijk opknippen. Je schrikt zelf ook als je een hele lap tekst op WhatsApp krijgt. Krijg je datzelfde verhaal in afzonderlijke berichten, dan komt het gek genoeg een stuk zachter en beter te behappen over. Durf punten te zetten. De rest komt wel in een volgende zin.

Hoe kort moet het dan? Zo kort mogelijk, zonder de essentiële informatie weg te laten. Sommige taalkundigen beweren dat tussen de acht en vijftien woorden per zin ideaal is. Zit wat in, maar soms is iets langer voor de afwisseling ook wel lekker.

Wees je bewust van de korte aandacht van je lezers. Die willen meteen in het begin al weten of jouw verhaal het lezen waard is. Klinkt je intro interessant, dan scannen ze vanzelf verder of je verderop nog zinnige dingen zegt. Zo niet: ‘Next!’

3. Gebruik spreektaal

Veel bedrijven noemen zichzelf toegankelijk en persoonlijk in omgang, maar schrijven afstandelijk en alsof het nog 1880 is. Je ruikt de boerenkool en sigarenlucht bijna. Dat strookt niet met elkaar.

Dit is internet, geen boek. Hier hoef je niet de Mulisch of Multatuli uit te hangen. Spreek je lezer aan alsof ‘ie bij je aan tafel zit. Je overtuigt niet met dure woorden, je overtuigt door dingen simpel en zinvol uit te leggen. Ambtenaren kunnen daar zelfs een prijs mee winnen.

Iedere ‘tevens’, ‘alsmede’ en ‘wederom’ is er een te veel. Daar hebben we kortere en meer hedendaagse alternatieven voor. Alles draait om leesgemak: zo snel mogelijk van Aandacht naar Bewegen.

Uiteraard zijn er veel meer punten om rekening mee te houden. Die stop ik om punt 2 in een volgende blog (dit is eigenlijk een verkapte bonustip).

Toch nog twijfels over hoe je jouw boodschap het best in tekstvorm giet? Neem contact op met FreshText voor een gesprek over jouw schrijfwensen.